Ontdek Baku: waar zwart goud witte paleizen deed verrijzen

Vandaag staat Azerbeidzjan bekend als een belangrijke exporteur van olie en gas, met pijpleidingen die de Kaspische Zee verbinden met Europa. Maar die energiegeschiedenis begon niet offshore of in moderne terminals: ze begon in en rond de hoofdstad Baku. Tijdens de ‘All of Azerbaijan’ reis van Eastpackers, met vertrekdata op 23 en 25 april 2026, leer je meer over deze bijzondere geschiedenis.

Oorspronkelijk werd olie rond Baku vooral gebruikt voor lampen en medicinaal gebruik, alsook voor de handel langs de Zijderoute. Dit veranderde in de 19e eeuw, toen de industriële toepassing van olie begon. Russische ingenieurs bouwden in 1837 de eerste olieraffinaderij in Balakhani, en in 1846 werd in Bibi-Heybat, zo’n 10 kilometer ten westen van Baku, ’s werelds eerste mechanisch geboorde olieput geslagen. De economische bloei kwam pas echt op gang na de opheffing van het staatsmonopolie op olie in 1872. Deze liberalisatie leidde tot een toestroom van buitenlandse investeerders, zoals de Zweedse Nobel-familie en de Rothschilds. In het decennium dat volgde, verdubbelde de olieproductie, en tegen 1900 leverde Baku meer dan de helft van de wereldolieproductie.

De olie maakte van Baku een stad van mondiaal belang – de stad werd een industriële motor voor het Russische Rijk en een kosmopolitisch centrum waar ingenieurs, handelaren en arbeiders uit heel Europa en de Kaukasus samenkwamen. De stad was ook strategisch belangrijk: het Russische leger in de Eerste Wereldoorlog en het Sovjetleger in de Tweede Wereldoorlog waren sterk afhankelijk van olie uit Azerbeidzjan. De olie uit Baku speelde bovendien een cruciale rol in Hitlers plannen voor een invasie van de Sovjetunie (Operatie Edelweiss), maar dit mislukte uiteindelijk dramatisch bij de Slag bij Stalingrad.

De olieboom in Baku leidde tot de opkomst van een nieuwe, lokale elite van oliebaronnen, zoals Haji Zeynalabdin Taghiyev, Musa Naghiyev en Murtuza Mukhtarov. Deze mannen begonnen vaak met weinig, maar bouwden enorme fortuinen op en investeerden hun rijkdom in scholen, fabrieken, theaters en liefdadigheidsinstellingen. Hun welvaart vertaalde zich ook in de bouw van indrukwekkende stadspaleizen die hun succes weerspiegelden.

De oliebaronnen schakelden vaak Europese architecten in, met name Polen die werkzaam waren in het Russische Rijk, zoals Józef Gosławski en Józef Płoszko. Deze architecten gaven Baku een nieuw gezicht, met een mix van stijlen: renaissance, neogotiek en art nouveau combineerden zich met oosterse elementen en lokale bouwtradities. Het gebruik van lichte kalksteen gaf de stad een herkenbaar karakter. Hieronder lees je meer over een paar van de mooiste paleizen die je vandaag de dag nog in Baku kunt bekijken.

Het Ismailiyya-paleis: Venetiaanse gotiek aan de Istiglaliyyatstraat             
Het Ismailiyya-paleis, gebouwd tussen 1908 en 1913, werd in opdracht van Musa Naghiyev gebouwd ter nagedachtenis aan zijn overleden zoon Ismayil. Het paleis is ontworpen door Józef Płoszko en is geïnspireerd door Venetiaanse gotiek, met een witte gevel, spitsbogen en slanke torentjes. Het gebouw diende oorspronkelijk als zetel voor een moslim-liefdadigheidsvereniging en als ontmoetingsplaats voor intellectuelen.

Het Mukhtarov-paleis: neogotiek als liefdesgeschenk         
Het Mukhtarov-paleis, ook wel het Paleis van het Geluk (Səadət Sarayı) genoemd, staat aan de Istiglaliyyatstraat. Dit paleis werd in 1911–1912 in slechts negen maanden gebouwd door olie-industrieel Murtuza Mukhtarov als een geschenk voor zijn vrouw Liza-Khanum. Mukhtarov, ooit een eenvoudige arbeider, was uitgegroeid tot een succesvol industrieel en had een fortuin opgebouwd met eigen boortechnieken. Het paleis, ontworpen door Józef Płoszko, is gebouwd in de Franse neogotische stijl, geïnspireerd op een gebouw dat Liza-Khanum in Europa had bewonderd. De gevel heeft spitsbogen, torentjes en gedetailleerd steenhouwwerk, terwijl het interieur rijk is aan stucwerk, gebogen trappen en hoge plafonds.

Het Taghiyev-paleis: Italiaanse renaissance en maatschappelijke ambitie            
Het Taghiyev-paleis, nu het Nationaal Museum van Geschiedenis van Azerbeidzjan, werd tussen 1893 en 1902 gebouwd door Haji Zeynalabdin Taghiyev, een man die begon als schoenmaker en rijk werd door olie. Het paleis is ontworpen door Józef Gosławski en vertoont een duidelijke Italiaanse renaissance-invloed, met een symmetrische gevel, hoge ramen en rijke decoraties. Binnen zijn marmeren trappen, parketvloeren en indrukwekkende balzalen bewaard gebleven. Het paleis was niet alleen een symbool van Taghiyev’s welvaart, maar ook van zijn maatschappelijke betrokkenheid: Taghiyev financierde onder meer de eerste meisjesschool in de islamitische wereld. Ook stuurde hij ruim 300.000 vaccins tegen de pest naar Pakistan toen daar in de vroege 20e eeuw een epidemie was uitgebroken.

Na de bolsjewistische machtsovername in 1920 werden de stadspaleizen van de oliebaronnen genationaliseerd en kregen deze nieuwe functies. Het Mukhtarov-paleis werd een officiële trouwlocatie, het Taghiyev-paleis werd in 1939 omgevormd tot het Nationaal Museum van Geschiedenis van Azerbeidzjan, en het Ismailiyya-paleis huisvest nu het Presidium van de Nationale Academie van Wetenschappen van Azerbeidzjan. Momenteel behoren deze paleizen tot het hoogtepunt van het straatbeeld van Baku. Wil je deze en andere Azerbeidzjaanse architectonische parels zelf bekijken? Meld je dan aan voor de ‘All of Azerbaijan’ reis van Eastpackers, met vertrekdata op 23 en 25 april 2026.